zondag 26 februari 2023

Padmasambhava


De Grote Bevrijding door Horen in de Bardo (het Tibetaans Dodenboek) werd, volgens de teksten zelf, samengesteld door de grote ingewijde Padmasambhava en door hem aan zijn Tibetaanse partner Yeshe Tsogyal gedicteerd, waarschijnlijk tegen het eind van de achtste eeuw.
 
 
Padmasambhava (Goeroe Rinpoche) is een semi-legendarische figuur, met de daarbij horende mythische biografie. Toen de Boeddha overleed, voorspelde hij dat Padmasambhava daarna geboren zou worden om het onderricht van de tantra’s te verspreiden. Padmasambhava kwam in de 8ste eeuw van India naar Tibet, op verzoek van de koning van Tibet. Hij gaf diepzinnige lessen aan veel leerlingen, en hij was het die het boeddhisme in Tibet vestigde. Voor de Tibetanen belichaamt Padmasambhava een kosmisch, tijdloos principe. Hij is de universele meester, talloze malen verschenen aan de meesters van Tibet. Robert Thurman noemt Padmasambhava ‘zoiets als de Tibetaanse Superman’, en ‘de grote ingewijde der ingewijden, een emanatielichaam-boeddha die over de tussenstaat kan onderwijzen omdat hij er zelf in kan reizen zoals hij dat wil.’

Volgens zijn mythische biografie is Padmasambhava ontstaan uit de mond van de kosmische Boeddha Amitabha, en in de vorm van een meteoor met een regenboogstaart naar de aarde gevlogen en geland in het Dhanakosha-meer in Noordwest-India. Daar groeide later een juwelen lotus in het water, waaruit een stralend kind verscheen, dat door de koning van dat land werd geadopteerd. Na een leven dat eeuwen duurde en waarin hij onvoorstelbare wijsheid en vaardigheden verwierf, reisde hij naar Tibet om de wilde stamgoden van dat bergland te temmen. Hij schreef hier vele diepzinnige teksten die hij in afgesloten schatkisten verborg (terma’s) om door toekomstige generaties te laten vinden. Nadat hij Tibet had ‘getemd’ en er beschaving had gebracht, vertrok hij naar zijn eigen zuivere gebied en paradijs, waar hij volgens sommige Tibetanen nog altijd verblijft.

Donald Lopez houdt iets meer een slag om de arm. Volgens hem is het onduidelijk of Padmasambhava een historische figuur was. En zijn bijdrage aan de Tibetaanse cultuur zou dan (volgens recent onderzoek) meer met de introductie van bepaalde irrigatietechnieken te maken kunnen hebben. Maar om onduidelijke redenen onderging hij in de daaropvolgende eeuwen een verheerlijking, en transformeerde tot de Precious Guru, veruit de meest geweldige van de Indiase meesters die zich ooit in Tibet hebben vertoond.

Dus wie was Padmasambhava nu precies? Was hij echt een spirituele superman? Leeft hij nog? Wat betreft Robert Thurman hoeven we ons om dit soort vragen niet echt druk te maken, en kunnen we gewoon de teksten bestuderen en gebruiken. Natuurlijk zijn wij als moderne mensen minder geneigd te verwachten dat zulke dingen waar zijn, (hoewel de meesten van ons het stiekem nog steeds hopen natuurlijk.)
 
 

Bronnen: 
Robert A.F. Thurman 
Het Tibetaanse Dodenboek 
Altamira-Becht, tweede druk 2006

Sogyal Rinpoche 
Het Tibetaanse boek van leven en sterven 
Servire, vijfde druk 1996
 
Donald S. Lopez, Jr. 
The Tibetan Book of the Dead; A Biography  
Princeton University Press, 2011

zaterdag 25 februari 2023

Tibetaans Dodenboek, van termatekst naar bestseller


De eigenlijke naam van het Tibetaans Dodenboek is Bardo Tödrol Chenmo, wat de Grote Bevrijding door Horen in de Bardo betekent. Het bardo-onderricht is al heel oud, en maakt deel uit van de zogenaamde dzogchen-tantra’s. De Bardo Tödrol Chenmo zelf is weer onderdeel van een cyclus van leringen die door de meester Padmasambhava doorgegeven en in de veertiende eeuw door de Tibetaanse mysticus Karma Lingpa geopenbaard is. Hoe deze teksten uit de achtste eeuw uiteindelijk bij de theosofische geleerde W. Y. Evans-Wentz terechtkwamen, en voor het eerst in 1927 gepubliceerd werden als het Tibetaans Dodenboek,  kun je lezen in The Tibetan Book of the Dead; A Biography door Donald S. Lopez Jr.
 
 
In een korte reeks blogposts wil ik laten zien hoe dat gegaan is. De onderwerpen zijn onder andere terma’s, tertönen en Karma Lingpa. Morgen de eerste: Padmasambhava.

zaterdag 18 februari 2023

Tupapau Tahiti



Dit schilderij uit 1892, Spirit of the Dead Watching (Manao Tupapau), hangt in het Buffalo AKG Art Museum. Het is gemaakt op Tahiti door Paul Gauguin. Een naakt Tahitiaans meisje, liggend op haar buik op een bed. Ze kijkt naar ons. Achter haar een vreemd personage in het zwart gekleed, dat de kamer lijkt binnen te komen. Er schijnt iets mysterieus te gebeuren. Gauguin zei dat hij met dit werk de Polynesische angst voor de tupapau wilde verbeelden. Dat zijn geesten van doden, hier verschijnend als een oudere vrouw in een zwarte mantel. Op de muur achter het bed zie je verschillende witte vormen, die de schilder beschreef als glanzende lichten die de interesse van de geesten voor de levenden verbeelden. Er hangt een magische sfeer in de kamer.
 
 
Met de verschillen in voor- en achtergrond toont Gauguin ons het ontmoetingspunt tussen twee werelden, die hier samenvloeien. Dit blijkt ook uit de titel Manao Tupapau, die een dubbele betekenis heeft: "Zij verbeeldt zich de geest", of "De geest verbeeldt zich haar". We zijn in de ene wereld maar tegelijkertijd ook in een andere. Het meisje zou een symbool van vruchtbaarheid zijn, van geboorte. Het mysterieuze personage op de achtergrond stelt de dood voor, die deze Eva terug komt halen. Het is een metafoor van de levenscyclus.

Het meisje is Teha’amana, Paul Gauguins Tahitiaanse ‘metgezel’. Hun relatie werd door hem omschreven als ‘een serie van dualiteiten’, zoals jeugd en ouderdom, licht en duisternis, leven en dood. Het schilderij zou dus zomaar ook iets heel anders kunnen betekenen, het is niet onomstreden. Paul Gauguin was op dat moment 44 jaar, het meisje 13. Misschien was zij wel bang voor iets heel anders dan een spookverschijning.
 

Voornaamste bronnen:
Wikipedia 
Buffalo Art Museum

zaterdag 4 februari 2023

Doodsangst

In de vorige blogpost zagen we hoe de Franse schrijver Roger Martin du Gard probeerde te ontsnappen aan zijn doodsangst. Een zekere angst voor de dood zal bij de meeste mensen wel aanwezig zijn, maar er zijn ook extreme gevallen bekend. Lev Tolstoj bijvoorbeeld, en Sigmund Freud, om nog maar eens een grote naam te noemen. 
 
Maar uit recente studies zou nu blijken dat ‘we’ de dood juist opvallend positief tegemoet treden. Volgens een artikel in Trouw* zouden veel mensen positief gestemd zijn, en liefde en dankbaarheid voelen, als het zover is. Gevoelens van angst en verdriet bij de gedachte aan je laatste uur zijn dus helemaal niet nodig, zeggen Amerikaanse en Duitse wetenschappers. Zij hebben uitgebreid onderzoek gedaan naar de emoties van mensen die denken aan hun toekomstige dood, tegenover mensen die werkelijk voor hun dood staan. Die laatste groep was meestal niet zo somber als verwacht, maar juist positiever en optimistischer. Ze voelden meer vrede.

De gedachte aan de dood maakt ons kennelijk banger dan de dood zelf. Hoe kan dat? Daar zijn een aantal psychologische verklaringen voor. Zo hebben mensen de neiging een ongunstige gebeurtenis uit zijn context te halen en te isoleren. Deze negatieve focus is er vooral als we denken aan een (slechte) gebeurtenis in de toekomst. We kunnen er de context moeilijk bij indenken, terwijl deze ook positief kan zijn. Daar komt bij dat onze eerdere herinneringen aan de dood (uiteraard van een ander) zelden goed zijn. Emoties als angst en verlatenheid domineren, en deze treurige gevoelens bepalen vervolgens de gedachten aan onze eigen dood. Maar in de praktijk blijken we ons uiteindelijk op de hoopgevende kanten van een gebeurtenis te richten, ook als het gaat om de dood. Als er tijd is om dat vooruitzicht te verwerken, kunnen mensen hun sterven aanvaarden en zelfs als een positieve gebeurtenis beschouwen. Of in ieder geval minder slecht dan ze eerst dachten. Tijd is dus wel belangrijk, de wetenschappers betwijfelen of mensen zonder verwerkingstijd ook zo gelukkig zijn.
 

De Terror Management Theory (TMT) zegt dat het handelen van de mens wordt bepaald door zijn omgang met (en angst voor) de dood. Een factor in die omgang kan religie zijn. Er zijn bijvoorbeeld studies gepubliceerd, waaruit zou blijken dat religieuze mensen minder bang zijn om te sterven. Maar daar staan weer studies tegenover die juist het tegendeel laten zien. Ook leeftijd kan een rol spelen. Jonge mensen zouden meer focus hebben op negatieve informatie, terwijl ouderen zich meer richten op positiviteit. Deze positieve focus heeft onder meer tot gevolg dat ook het naderend einde minder negatief wordt beschouwd door ouderen dan door jongeren. Maar als de dood eenmaal nadert, lijkt dit verschil te verdwijnen. Jonge mensen treden het einde net zo positief tegemoet als ouderen. Al deze studies hebben niet veel bewijs opgeleverd voor de suggestie van de TMT dat doodsangst het handelen van de mens bepaalt. De menselijke geest heeft de bijzondere gave om een situatie, hoe verschrikkelijk ook, een plaats te geven en te verwerken en zo de angst voor het eigen sterven overwinnen. In veel gevallen is het erger iemand van wie je houdt te verliezen dan zelf te sterven.
 

*Bron:
  Trouw, 11 december 2022 
  Monique Siemsen