Posts tonen met het label recensie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label recensie. Alle posts tonen

zondag 12 oktober 2025

Logisch en rechtvaardig

De ongelooflijke podcast – 17 aug. (2)

In de vorige blogpost had ik het over een aflevering van De ongelooflijke podcast, met als onderwerp bijna-doodervaringen. Inmiddels heb ik ook het tweede uur daarvan beluisterd.

Naast de presentator zitten aan tafel schrijver en theoloog Reinier Sonneveld, en de vaste theoloog van deze EO produktie, Stefan Paas, die er voor moet zorgen dat de zaak niet te veel uit de christelijke bocht vliegt. Over bde gaat het allang niet meer, de twee ‘schriftgeleerden’ (een vrijzinnig en een orthodox exemplaar) gaan uitgebreid met elkaar in de slag over het al dan niet bestaan van een eeuwige hel. Het gesprek verzandt in een eindeloze discussie, waarbij allerlei kerkvaders worden geciteerd en vertalingen die het beste in ieders straatje passen. De heren proberen elkaar af te troeven. Het gaat allang niet meer om de luisteraar, en elke eventuele vleug spiritualiteit wordt kapot geredeneerd.

Gezamenlijk standpunt is dat het verhaal van de hel (en de rest) ‘logisch en rechtvaardig’ moet zijn, liefst ook naar de huidige maatstaven. Dat blijkt nog een hele toer voor beide theologen (bijbel en christendom zijn vaak helemaal niet logisch en rechtvaardig), maar zij zitten nu eenmaal vast aan het toch wel merkwaardige christelijke verhaal dat zij ooit als basis en uitgangspunt gekozen hebben. Alle rare oosterse godsdiensten en theorieën zijn in het eerste uur van de podcast al van tafel geveegd.

Stefan Paas houdt vast aan De Geschriften, en Reinier Sonneveld probeert al redenerend een eigen variant te vinden, waar hij vrede mee kan hebben. In zijn laatste boek heeft hij daartoe de hel helemaal afgeschaft, en gaat iedereen standaard naar ‘de hemel’ (die dan eigenlijk gewoon ‘hiernamaals’ zou moeten heten, als er toch verder niets anders is). Waarbij de geneugten van de ouderwetse hemel gelukkig nog wel worden gehandhaafd. Het is er prettig toeven, met veel oude bekenden. De boodschap is dus weer: hierna wordt het leuk. Daarmee worden gelovigen al eeuwenlang zoet gehouden.

Aan het slot van de podcast wordt Sonneveld met zijn boek gecomplimenteerd via een citaat daaruit over ‘de dood’, die hij een vreselijke belediging vindt voor het leven. Er deugt helemaal niets van, totaal niet logisch of rechtvaardig.
 

zaterdag 4 oktober 2025

De ongelooflijke podcast – 17 aug.

Deze week luisterde ik naar een aflevering van De ongelooflijke podcast, waarin ene Reinier Sonneveld werd geïnterviewd over de bijna-doodervaring die hij als kind heeft gehad. Volgens de introductie heeft Sonneveld zich daarna zeer uitvoerig verdiept in de wetenschappelijke onderzoeken naar dit fenomeen.

Sonneveld, theoloog en schrijver van o.a. thrillers en musicals, hoort zichzelf graag praten. Hij steekt gelijk uitvoerig van wal, waarbij alle clichés langskomen, de bekende verhalen. Hierbij wordt hij enigszins afgeremd door de vaste tafelgast, een gortdroge orthodoxe collega-theoloog, die hier speciaal schijnt te zitten om te relativeren en de boel vooral binnen de christelijke paden te houden. We zijn hier wel bij de EO. En wat sluit zo’n bde dan mooi aan bij het christelijk gedachtegoed met een liefdevolle god.

De heren doen wat afwijzend richting de ‘Oosterse godsdiensten’ en hun rare reïncarnatietheorieën. Die worden weggewuifd, want daar is dan wel onderzoek naar gedaan, maar het zijn bijna altijd kinderen, slecht vertaalde verhalen, en meestal gaat het om een gewelddadig overlijden. Huh? Daar heb ik nog nooit van gehoord. Maar als dat werkelijk zo is, lijkt het mij een interessant onderwerp voor een blogpost op in-tussen. Sonneveld goochelt nog wat met cijfers. Het door hem genoemde enorme aantal mensen met een bde lijkt me wat overdreven. En verder stelt hij dat 40% van de Nederlanders niet in een hiernamaals gelooft. Waar staat dat?

Ik ben tot halverwege de podcast gekomen, maar het tweede uur daarvan ga ik zeker ook nog beluisteren. Daarin stelt Sonneveld dat de hel niet bestaat en iedereen sowieso in de hemel komt.
 
bron afb: pieter geenen, trouw
 
(klik op het plaatje voor een betere weergave)
 

woensdag 22 januari 2025

Op weg naar de muggenlamp

Deze week zag ik Soul, een Pixar animatiefilm uit 2020 over een muzikant en zijn bijna-doodervaring. Misschien heb je de film nog niet gezien, dan bevat dit stukje spoilers.
 

Joe (46) is een muziekleraar in New York die eigenlijk liever pianist in een jazzclub zou zijn. Op een (on)gelukkige dag krijgt hij die gouden kans, maar overlijdt door een ongeval. Zijn lichaamloze ziel (uitgebeeld als een klein, witblauw figuurtje met veel rondingen) bevindt zich in het hiernamaals tussen duizenden lotgenoten die gelaten (soms opgetogen) als kuddedieren op een lange lopende band staan, schuin omhoog in een donker heelal, richting een enorm en rond wit licht. De zielen die bij het witte licht aankomen gaan daar onmiddellijk in op, met het geluid van een vlieg op een elektrische muggenlamp, zengend. De hele situatie ziet er (in mijn ogen althans) naargeestig uit, bepaald niet het gebruikelijke positieve beeld van het Heldere Licht na overlijden. Het heeft iets van een tweede dood, maar ditmaal definitief. En zo te zien overkomt dit alle zielen, er is geen versie van een hemel of hel te bekennen, en al helemaal geen verwijzing naar een (eventueel oordelende) godheid.
 

Joe wil (nog) niet dood, zeker niet met zijn juist verworven goede vooruitzicht, en probeert hier te ontsnappen. Hij keert om tegen de stroom in, maar door alle commotie belandt hij per ongeluk in een gebied waar nieuwe zielen worden opgeleid en voorbereid op het leven op aarde. Een hiervoormaals dus. De nieuwe zielen zijn net kleine kinderen, ongeleide projectielen. Zij moeten hun spark nog ontdekken, bedoeld wordt hier passie, talent, inspiratie. Het personeel bestaat uit diverse gestileerde figuren, die niet lijken op traditionele engelen. Bij afdeling opleiding zijn ze betweterig (terecht zou ik zeggen), bij de doden zijn het onverbiddelijke boekhouders die het aantal overledenen strikt bijhouden. Ook hier wordt niet echt een positief beeld geschetst. Alles moet volgens de regels, geen ruimte voor vrije geesten. 
 

Joe maakt kennis met 22, een dwarsligger die hier al duizenden jaren rondhangt. Zij/hij wil niet naar aarde. Samen bezoeken ze een derde gebied: the Zone. Dit is een plek voor (aardse) zielen die een flow beleven, maar tegelijk een valkuil voor hen die daar in vastlopen (obsessie). In dit duistere deel bewustzijn ontmoeten ze drie maffe, maar vriendelijke psychonauten, die daar rondreizen en hulp bieden aan ernstig gestrande zielen. Joe slaagt er in op aarde terug te keren, maar helaas in het verkeerde lichaam en met 22. Daarover handelt de rest van de film.
 
Wat vond ik van deze succesvolle, prijzenwinnende film? Amusant en zeer de moeite waard. Jazz en hiernamaals, dat kan al niet stuk natuurlijk. Disney stelt de minimale leeftijd hier op 6 jaar, maar dat is veel te jong. Soul is niet eng, maar de thema’s zijn zwaar: sterfelijkheid, zin van het leven en allerlei existentiële ideeën. Maar niet bepaald spiritueel. De boodschap hier lijkt te zijn ‘Pluk de dag’, alleen het leven op aarde is belangrijk, daarna wacht de dood, onmiddellijk gevolgd door uitdoving. Een uitzichtloze situatie. Daarom heeft deze film, hoe vrolijk ook, een treurige nasmaak.
 

donderdag 3 oktober 2024

Doodleuk?


Peter de Wit (1958) is vooral bekend door zijn strip Sigmund, maar hij doet nog meer, cartoons tekenen bijvoorbeeld.


Sigmund is al geen echt vrolijke strip, eerder cynisch, maar De Wits cartoons zijn ronduit naargeestig. Het ligt niet aan de onderwerpen (dood, sterven, crematies), ze zijn gewoon niet grappig en meestal behoorlijk bot.


Niet iedereen zal er zo over denken, en daarom is er nu een klein album uitgekomen, getiteld doodleuk. En in Amsterdam is op dit moment in tot zover (het ‘Nederlands uitvaart museum’) een expositie ingericht met schetsen en tekeningen van Peter de Wit ‘met schrijnende situaties en herkenbare scènes, waarbij de cartoons ons onvermogen bij tragiek benadrukken’. De Wit maakt ook tekeningen voor de Nederlandse Vereniging Voor een Vrijwillig Levenseinde.

De expositie kun je nog zien tot 26 januari 2025.

(Okay, deze vind ik wél leuk.)

zondag 28 april 2024

Wat is leven?

In 2014 verscheen Wat is leven?; Queeste van een bioloog, door Arjen Mulder (1955). Het is het relaas van een persoonlijk zoektocht, die in gang werd gezet door de dood van zijn vader en de geboorte van zijn zoon. Veel namedropping hier. Mulder voert filosofen, geleerden, ontdekkingsreizigers, schrijvers en geliefden op om mogelijke antwoorden te krijgen. Het resultaat is zijn verslag van hoe het is om mens te zijn, en je leven te delen met planten en dieren en natuurlijk de medemens.

Biologie wordt doorgaans ingedeeld bij de exacte vakken, maar voor Mulder is het net zo goed een geesteswetenschap. Niet omdat het leven in diepste wezen een psychisch proces zou zijn, en alles wat leeft bezield met bewustzijn, maar omdat er zonder leven geen ziel is. En ook geen bewustzijn, intelligentie, gevoel of intuïtie. Mulder vindt leven een proces waarin de materie geest voorbrengt, en zichzelf slimmer, gevoeliger en bewuster maakt. Het is datgene in ons wat voorkomt dat we ‘samenvallen met onszelf’, het besef (en ook wel illusie, vindt Mulder) dat je meer bent dan jezelf alleen. Er is ook nog de buitenwereld, het ‘elders dan in jezelf’, waar je kunt zijn dankzij het vermogen dat leven is. Je bent waar je blik zich bevindt, waar je oog op gericht is. En kijken doe je met meer dan je blik alleen. De fundamentele gerichtheid op elders noemt hij de ziel.

Het boek begint met bespiegelingen over de dood. Mulder heeft bijvoorbeeld grote achterdocht wat betreft bijna-doodervaringen, volgens hem een gevaarlijke valstrik van de natuur. Hij beschrijft het sterfbed van zijn vader, en de familie daaromheen. Hoe zij toekijken hoe lichaam en gezicht van de stervende  langzaam in zichzelf wegzakken. “Leven is blijkbaar iets dat je naar buiten doet, het geeft je lichaam volume, je poriën staan ervan open, het houdt je in verbinding met dat wat je zelf niet bent. Als je doodgaat word je wat je achteraf gezien de hele tijd al was. Materie.” Ademen vindt hij ook maar een materieel proces, de verplaatsing van luchtmoleculen van buiten het lichaam naar binnen en weer terug. Het maakt je lichaam niet groter dan het is, want dat doet je leven. Mulder noemt vaak de dingen die het leven doet of mogelijk maakt, maar wat is dan leven? Via het boek van Arjen Mulder zul je er niet achter komen. Het meest interessant vind ik zelf het korte interview met Francisco Varela over het Nu. Misschien later meer daarover.
 
 
 
Arjen Mulder
Wat is leven?; Queeste van een bioloog
Arbeiderspers, 2014

vrijdag 16 februari 2024

Unmistaken Child

Op Prime zag ik de documentaire Unmistaken Child (2008) van regisseur Nati Baratz. Als in 2001 de beroemde meester Geshe Lama Konchog (84) overlijdt, krijgt zijn trouwe leerling de opdracht diens reïncarnatie op te sporen. De film volgt hem vier jaar lang op zijn zoektocht. Dit zou de eerste reportage zijn over een dergelijke onderneming, maar in 1994 was er toch ook al Living Buddha van Clemens Kuby. 
 
De film begint met de uitvaart van Geshe Lama Konchog. Het lijk wordt verbrand, we zien een regenboog, in de as worden parels gevonden en (volgens zeggen) de eerste aanwijzingen wat betreft de nieuwe geboorteplaats. Zijn leerling Tenzin Zopa, (voor mij) de echte hoofdpersoon van deze film, komt open en sympathiek over. Deze eenvoudige en verlegen jongeman is al vanaf zijn vroege kindertijd een toegewijde leerling van de overleden lama geweest. Geheel op eigen initiatief, want zijn ouders hadden een heel andere toekomst voor hem in petto op hun boerderijtje. 
 
bron afbeeldingen: still
 
Tenzin Zopa krijgt nu dus een bijna onmogelijke taak op zijn bordje geschoven door een streng en zakelijk ogende lama, een soort regiomanager. Hij aanvaardt deze gelaten, kennelijk gewend opdrachten uit te voeren zonder tegenwerpingen, maar komt toch wat ontmoedigd over. Is hij wel bekwaam genoeg, vraagt hij zich af, om de reïncarnatie van een verlichte meester te herkennen? En wat een verantwoording, de overleden lama had duizenden volgelingen.
 
De paar aanwijzingen zijn (in mijn ogen) nogal vaag, gebaseerd op dromen, gebed, intuïtie en voorspellingen. Er volgt nog wat astrologische info van een lama op Taiwan via zoom. Het moet ergens in de Tsum vallei (Nepal) zijn, en de naam van de vader begint met een A. En daar gaat Tenzin Zopa op pad in zijn paarsgekleurde trainingpak, muts en rugzakje. Een jarenlange reis, voor ons ingedikt tot de duur van de documentaire. Hij bezoekt veel kleine dorpjes, families en kinderen. Bij oude vrouwtjes onderweg informeert hij of er misschien ergens een bijzonder kind geboren is. De voetreis vormt een groot contrast met de auto en helikopter, waarmee soms ook gereisd wordt.
 
 
En ja, uiteindelijk vindt hij ergens op zo’n boerderijtje een wat eigenaardig kind, dat onmiddellijk beslag legt op de oude kralenketting en deze weigert terug te geven. Een lange selectie van kinderen levert natuurlijk uiteindelijk altijd wel een speciaal (en waarschijnlijk hoogbegaafd) kind op, en in dit geval een geschikt kind voor deze vacature. Afgedwongen toeval? Of toch een mooi voorbeeld van een geslaagde reïncarnatie? Ik ben niet overtuigd, hoewel ik het heel prettig vind om het te geloven.
 
Tenzin Zopa licht zijn opdrachtgevers in, die er voortdurend op hameren dat het kind vooral schoon gehouden moet worden. Er volgt een proef met voorwerpen, waaruit het kind moet kiezen. Enigszins aangestuurd (lijkt mij), maar de waarnemers, twee strenge rinpoches, ontdooien na de gunstige uitslag en doen ‘collegiaal’ toeschietelijk richting de kleine. Er gaat een verslag naar de dalai lama, en na wat extra onderzoek en berekeningen volgt zijn erkenning per brief, gevolgd door een ontmoeting in India. Bij deze kleine ceremonie wordt een plukje haar weggeknipt, en de dalai lama verzint ter plekke een nieuwe naam.
 
 
Dan een moeilijk momentje met de ouders. Willen die het kind afstaan? Er is aarzeling, ze zullen het bijna niet meer terugzien. Toch maar gedaan. Het afscheid van het kind is pijnlijk en ontroerend, en dat op zulke vage gronden. De nieuwe/oude meester wordt groots onthaald in het klooster. Er zijn enorm veel volgelingen, sjaaltjes, foto’s, zegeningen. De verering heeft (voor mij) iets ongemakkelijks.
 
Unmistaken Child is een mooie, indrukwekkende film. Prettig trage beelden, en zonder commentaar. Geeft veel stof tot nadenken.
 

vrijdag 5 januari 2024

Oratorium Tibetaans Dodenboek (2)

bron afb: still

Rond de kerstdagen zag ik bij KRO-NCRV de documentaire Goed leven, goed sterven, over het gelijknamige project van Xiaoyong Chen en Sebo Ebbens. Van de uitvoering van dit bijzondere oratorium (gebaseerd op het Tibetaans Dodenboek) met koor, orgel, percussie, cello’s en boventoonzang, was helaas weinig te zien. De kijker moest het doen met een paar fragmenten. Het ontstaan van dit muziekstuk was het onderwerp van de reportage, zo bleek.

Musici en andere medewerkers kwamen aan het woord. De voorbereiding van Kailash (het oratorium) bleek voor de meesten van hen een indringende ervaring. Omdat de vier overgangsstadia tussen leven en dood (en opnieuw leven) centraal staan, werd men soms extra aan een overleden dierbare herinnerd. Iedereen had zo zijn eigen persoonlijke ervaringen en verhaal (wie niet?) en/of werd zich meer bewust van de eigen sterfelijkheid.

Niet alle medewerkers leken mij geheel op de hoogte wat Tibetaans Dodenboek, bardo’s en boeddhisme eigenlijk inhouden. Maar dat maakt natuurlijk helemaal niets uit verder. Je kunt bijvoorbeeld ook zonder theosofische bagage heel goed genieten van het werk van Mondriaan, en aan een gemiddelde Matthäus Passion werken ook veel heidenen mee. Verder was er minstens één koorlid die het Dodenboek verwarde met de bestseller van Sogyal Rinpoche, Het Tibetaanse boek van leven en sterven. Maar ook dat komt vaker voor. Sebo Ebbens legde het allemaal nog eens uit. We zien hoe hij diverse groepjes de basisbegrippen bijbrengt.

Maar wat is dan goed sterven, volgens Ebbens? 1. Acceptatie 2. Met je aandacht erbij blijven 3. Vertrouwd zijn met je eigen geest. Die vertrouwdheid kun je (bij leven) ontwikkelen door je te leren ontspannen in moeilijke emoties, zoals boosheid en verdriet. Een goed leven helpt je straks tijdens het stervensproces, benadrukt Ebbens. Uiteindelijk gaat het Tibetaans Dodenboek niet over de doden, maar biedt een goed perspectief (op sterven) van waaruit je beter in het leven kan staan."

Misschien kun je de uitzending HIER nog bekijken.

woensdag 11 januari 2023

The Tibetan Book of the Dead; A Biography

Het Tibetaans Dodenboek (ook: Bardo Thödol) is de meest bekende boeddhistische tekst in het Westen, sinds de eerste publicatie in het Engels in 1927 zijn er meer dan een miljoen exemplaren van verkocht. Donald S. Lopez Jr. (1952) is professor Buddhist and Tibetan Studies aan de universiteit van Michigan. Hij onderzocht oorsprong en geschiedenis van deze tekst en kwam tot de conclusie: “Het Tibetaans Dodenboek is niet echt Tibetaans, niet echt een boek en gaat niet echt over de dood”. 
 
In 2011 publiceerde Lopez bij de Princeton University Press The Tibetan Book of the Dead; A Biography. In deze korte, maar fascinerende wetenschappelijke studie voor een breed publiek, wordt in 185 bladzijden het vreemde verhaal verteld van de vertaling en transformatie van een verzameling relatief obscure Tibetaans boeddhistische teksten van onzekere afkomst, naar één enkel Engelstalig boek, dat uiteindelijk wereldwijd een tijdloze spirituele klassieker werd. De ‘biography’ door Donald Lopez is een must voor iedereen die geïnteresseerd is in het Tibetaans Dodenboek. Boeiend en informatief, en met de juiste dosering (mild) scepticisme.
 

De hoofdrolspeler in dit verhaal is Walter Evans-Wentz (1878-1965), een excentrieke geleerde en spiritueel zoeker uit Trenton, New Jersey. Hoewel hij nooit in Tibet was geweest, en de taal niet sprak of las, werd het Tibetaans Dodenboek door deze theosoof gecreëerd en benoemd. Donald Lopez laat zien dat het boek (daardoor) veel meer Amerikaans is dan Tibetaans, en dat het alleen vanuit dat perspectief op de juiste manier gelezen en begrepen kan worden. De eeuwige populariteit van het Tibetaans dodenboek zou niet alleen voortkomen uit de oorsprong (‘magisch en mysterieus Tibet’), maar ook uit de manier waarop Evans-Wentz de tekst vertaald heeft in de taal van een zeer Amerikaanse spiritualiteit. Naast een filosofische interesse in leven na de dood is er de traditie van de ‘gevonden’ tekst als een bewaarplaats voor oude wijsheid. Lopez beschrijft hier onder meer het visionaire begin van het mormonisme, en trekt interessante parallellen met de Tibetaanse teksten, die deel uitmaken van een traditie van verborgen en later teruggevonden geschriften. Evans-Wentz liet ze naar het Engels omzetten door de occultist Kazi Dawa-Samdup, en zocht daarna naar overeenkomsten met theosofische denkbeelden, om er zo de (voor hem) juiste draai aan te kunnen geven.

Een mooi voorbeeld van oude teksten die gebruikt worden om autoriteit te verschaffen aan opvattingen en religies. Is hier nu sprake van een demystificatie? Je zou kunnen bedenken dat Evans-Wentz hier elke willekeurige Oosterse tekst had kunnen kiezen, uit z’n context halen en er dan een vergelijkbaar verhaal van maken. Toch lijkt me dat niet helemaal eerlijk ten opzichte van deze ijverige theosoof. Het resultaat van zijn inspanningen zal niet per se (helemaal) onjuist zijn. De geschriften in kwestie zijn Tibetaans, en maakten oorspronkelijk deel uit van een verzameling van honderden stervensteksten, ooit verborgen voor latere openbaring. Er is dus materiaal genoeg voorhanden om te bestuderen en te vergelijken.

The Tibetan Book of the Dead; A Biography 
Donald S. Lopez, Jr. 
Princeton University Press, 2011

woensdag 4 januari 2023

Clarence Odbody

Every time a bell rings, an angel gets his wings. 
 
It’s A Wonderful Life is de perfecte kerstklassieker van Frank Capra uit 1946. Misschien heb je deze film rond de feestdagen zelf ook (weer) eens bekeken? Het verhaal is echt kerstig, met veel sneeuw, een vrekkige slechterik, een smetteloze hoofdpersoon, een moraal en vooral: een goede afloop.


George Bailey (James Stewart) is bankier in klein stadje en behoorlijk in de problemen geraakt. Op kerstavond 1945 wil hij zelfmoord plegen door van een brug in het ijskoude water te springen. Gebeden van zijn familie en vrienden bereiken de hemel, en er wordt een engel gestuurd om George te redden. Ze ontmoeten elkaar op de brug, de engel springt in de rivier, en George redt hem (en daarmee zichzelf). Goed gedaan! Als George Bailey zegt dat hij eigenlijk wenst dat hij nooit geboren was, laat de engel hem zien hoe de wereld er dan zou hebben uitgezien. Niet zo best, realiseert George zich dan, en hij omarmt het leven (en zijn familie) weer uitbundig. Missie geslaagd.

It’s A Wonderful Life is gebaseerd op The Greatest Gift (1943), een kort verhaal van Philip Van Doren Stern, dat zelf ook weer losjes gebaseerd is op A Christmas Carol (1843) van Charles Dickens. In The Greatest Gift is de engel ‘een stranger’.

Engel en hemel in deze film, daar wil ik het hier even over hebben. De engel (gespeeld door de Engelse acteur Henry Travers) heeft een naam: Clarence Odbody. Deze wat sullige figuur is geboren in 1653 en was ooit klokkenmaker. Onder zijn ‘hedendaagse’ kleding draagt hij nog de onderkleding waarin hij overleden is. Hij is een fan van Mark Twain (1835-1910), en heeft diens roman Tom Sawyer bij zich. Het is niet duidelijk waarom. Misschien omdat Tom zijn eigen begrafenis meemaakt? Aan het eind van de film laat hij het boek achter voor George.

Van de hemel zien wij niets in deze film. In de betreffende scene richt de camera zich op het heelal, waar twee ‘senior’ engelen, Joseph en Franklin, het geval George Bailey bespreken. Zij worden verbeeld door hemellichamen die opflikkeren, telkens als zij praten. Er wordt besloten om ‘Angel Second Class’ Clarence naar de aarde te sturen. Een beschermengel die hier met deze klus na ‘twee eeuwen dapper werk’ eindelijk zijn wings kan verdienen. Volgens Joseph en Franklin heeft Clarence “the I.Q. of a rabbit, but "the faith of child—simple." Niet heel snugger dus (later zegt ook George: “You look like about the kind of an angel I'd get."), maar wel effectief.

Overleden mensen kunnen dus in de hemel belanden en engel worden. Er is een leertraject met promotiemogelijkheden, vleugels moet je verdienen, mensen op aarde worden ondersteund, er wordt gelezen en er wordt geroddeld. Engelen zijn kennelijk geen perfecte wezens, dat blijkt ook uit de motivatie van Clarence voor deze klus. Die is namelijk niet geheel onbaatzuchtig, hij wil zijn wings! De enige echt onbaatzuchtige persoon in het hele verhaal is George Bailey. Hij heeft zijn hele leven ingeleverd voor anderen. Eigenlijk is hij de ware engel, lijkt mij.

zaterdag 15 mei 2021

De bardo van Saunders en de bardo van wording

De vorige blogpost ging over Lincoln in de bardo, de bekroonde roman uit 2017 van de Amerikaanse schrijver George Saunders. 
 
  
In dit boek wordt verteld hoe Willie, het elfjarig zoontje van de Amerikaanse president Lincoln, in februari 1862 overlijdt en in een geestenwereld terechtkomt. Saunders noemt deze tussenstaat de Bardo, maar zijn versie heeft nog maar weinig te maken met de bardo uit het Tibetaans boeddhisme. Met wat goede wil kun je de omstandigheden misschien nog enigszins vergelijken met de bardo van wording, een van de tussenstaten die beschreven worden in het Bardo Thödol (Tibetaans Dodenboek). Het zoeken naar overeenkomsten en verschillen verhoogt het leesplezier van dit toch al opmerkelijke boek. 
 
(Let op: SPOILERS)

De geesten in het boek van Saunders beseffen niet dat ze dood zijn, en dat is (soms) een overeenkomst met de Tibetaanse bardo. In de tekst van het Bardo Thödol wordt de overledene meerdere malen attent gemaakt op zijn hoedanigheid. Hij beschikt nu over een nieuw en flexibel lichaam, en dat is ook het geval in Saunders bardo, maar dan anders. In de Tibetaanse bardo heeft dit lichaam superheldachtige mogelijkheden, maar bij Saunders is het een ware molensteen. Het sterfmoment of gewoonten en zorgen uit het vorige leven beïnvloeden voortdurend de vorm en massa ervan, een meestal bizarre karikatuur met groteske details.

In beide bardo’s is het niet aangenaam toeven, en de overledene ervaart een soms sterke drang om er weg te gaan. In de bardo van wording wordt hij tegen wil en dank voortgestuwd door zijn karma, op weg naar een nieuwe pijnlijke incarnatie in een van de zes bestaanswerelden (of naar bevrijding, als hij de instructies van het Bardo Thödol goed opvolgt). De dode in Saunders bardo wil helemaal niet verder en handhaaft zoveel mogelijk zijn aardse gewoonten. Hij beschouwt de situatie, zijn ‘ziekte’, als een storend intermezzo. Straks gaat hij de draad weer oppakken.

Saunders geesten worden regelmatig bezocht door een soort engelen, die hen liefdevol en behoedzaam proberen over te halen deze plek te verlaten en vooral verder te gaan. Voorafgaand zijn er allerlei tekenen, en dan volgt er een lange, zeer aantrekkelijke stoet die door iedereen anders wordt waargenomen. Deze bezoekjes worden door de geesten ontzettend gevreesd en ze proberen zich er wanhopig voor af te sluiten. Aan het einde van zo’n ‘aanval’, zoals zij het noemen, wordt er geïnventariseerd wie er nu weer bezweken en (met letterlijk een knal en een flits) ‘heengegaan’ is.  

Ook de overledene in de Tibetaanse bardo kan op hulp van allerlei boeddha’s en boddhisattva’s rekenen, maar hij moet er wel zelf om vragen. Daarnaast heeft hij de waardevolle ondersteuning van zijn nabestaanden die de onmisbare instructies van het Bardo Thödol hardop aan hem voorlezen. De dode kan hen wel horen en zien, maar niet met ze communiceren. Zo ook in Saunders bardo, en ook hier veroorzaken achterblijvers soms ergernis en wanhoop. Ze gaan niet goed met de erfenis en de spullen om. Zaken worden vergeten of veranderd of tenietgedaan. En als ze rouwen en snikken, ervaart de dode dit letterlijk als pijnlijk geprik van kleine dolkjes. Hij troost de nabestaanden, maar wordt niet opgemerkt.

De bardo van Saunders is begrensd. Het ijzeren hek van de begraafplaats kan niet overschreden worden. De dode in de bardo van wording is beter af, met zijn superlichaam kan hij zich zonder belemmering overal naar toe bewegen (op twee plaatsen na).

In de Tibetaanse bardo vindt een oordeel plaats. Bij Saunders is dat pas het geval als de overledene de bardo toch verlaten heeft. In een zonovergoten bouwwerk vol kleuren en diamanten wordt gekeken hoe hij geleefd heeft. Er is sprake van een vorst, engelen en een glimp van helse wezens en vuur. Een extra reden om toch maar in de ‘vertrouwde’ bardo te blijven rondhangen, vindt de dode dominee die het overkomen is. Maar tegelijk vraagt hij zich af of deze ervaring vol hoop en angst misschien de vrucht is van zijn religie en zijn eigen geest. 
 
Lincoln in de Bardo 
George Saunders 
De Geus, 2017 
349 blz.
 
                                              

 

zaterdag 24 april 2021

Lincoln in de Bardo (George Saunders)

 
In 2017 verscheen Lincoln in de Bardo, de eerste roman van de Amerikaanse schrijver George Saunders (1958). Hij kreeg er de prestigieuze Booker Prize voor. Saunders was eerst vooral bekend om zijn korte verhalen.

Het is februari 1862. President Abraham Lincoln is ontroostbaar als zijn zoontje Willie (11) overlijdt na een kort ziekbed. Het jongetje wordt bijgezet in een crypte, maar zijn vader kan hem nog niet loslaten en gaat ’s nachts terug naar de begraafplaats om het dode lichaam in zijn armen te nemen. Hij heeft een zware tijd als president (het land is in burgeroorlog), en nu wordt hij ook nog verscheurd door verdriet om zijn kind. Lincolns bezoek veroorzaakt grote opwinding onder de vele geesten die op de begraafplaats rondwaren, maar daar merkt hij niets van.

De dode Willie bevindt zich in de bardo. In het Tibetaans boeddhisme is dat de tussenstaat tussen overlijden en reïncarnatie (of bevrijding), maar Saunders versie van ‘de bardo’ heeft daar niet veel meer mee te maken. In feite heeft hij alleen de naam, het begrip, gekaapt en daar vervolgens zijn eigen fantasie op losgelaten. In interviews geeft hij dit zelf ook toe. Hij heeft elementen ingevoegd uit christelijke en Egyptische hiernamaals, om het wat algemener en minder vastomlijnd te maken. Met de voor velen wellicht exotische term ‘bardo’ wil hij voorkomen dat de (westerse) lezer allerlei ingesleten vooroordelen en verwachtingen wat betreft het hiernamaals mee laat spelen. Persoonlijk vind ik dat een beetje goedkoop effectbejag. Bardo roept bij mij juist allerlei precieze verwachtingen op, die nu niet worden waargemaakt. De titel van het boek is daarmee misleidend, en bovendien is het niet eens Lincoln die in dit hiernamaals verblijft, maar zijn zoontje. Met enige goede wil zou je kunnen zeggen dat de situatie nog het meest lijkt op de bardo van wording, een van de tussenstaten die beschreven worden in het Bardo Thödol (Tibetaans Dodenboek).

In Saunders tussenstaat verblijven de overledenen die niet weten dat ze dood zijn, of dit niet willen erkennen. Ze kunnen het aardse bestaan (nog) niet loslaten en hangen als geest rond op de begraafplaats. Zij denken dat ze ziek zijn, en dat deze situatie maar tijdelijk is. Hun doodskist is een krankenkist, de tombe is een krankenhuis. Deze omgeving is voor kinderen extra schadelijk. Daarom proberen drie goede geesten Willie verder te helpen. Als vader Lincoln hem nu maar zou kunnen loslaten, dan is hij vrij en kan hij deze bardo verlaten.

Lincoln in de bardo is een vreemd, maar prachtig boek over rouw en verwerking. Vol inlevingsvermogen wordt beschreven hoe mensen zich hardnekkig blijven vasthouden aan liefde, terwijl het toch allemaal voorbij is. Een verhaal met (gelukkig) ook veel ruimte voor absurde humor en gestoorde figuren, zoals we dat bij Saunders gewend zijn. Ik kan het iedereen aanraden.

In een volgende blogpost zal ik wat overeenkomsten en verschillen behandelen, tussen George Saunders bardo en de Tibetaanse bardo van wording. 
 
 
Lincoln in de Bardo 
George Saunders 
De Geus, 2017 
349 blz.